Dr. Lilian Boerkamp: “Digitale inclusie raakt zoveel verschillende domeinen, dat het niet in één hokje past”

Lilian Boerkamp promoveerde in januari 2026 aan de Universiteit Twente op het snijvlak van digitale inclusie en armoede. Vier jaar lang deed zij kwalitatief onderzoek: geen onderzoek gevuld met cijfers, maar met verhalen. Samen met sociaal werkers en ouders in armoede ontwikkelde ze het programma Samen wegwijs op het internet in Enschede. We bevragen Lilian over haar proefschrift, programma en inzichten over digitale inclusie. 

Wie denkt aan digitale inclusie, denkt al snel aan (technische) digitale vaardigheden. Hoe gebruik je een laptop? Hoe log je in op DigiD? Maar Lilian zag ook een hele andere kant tijdens haar onderzoek. “Wat mij positief verraste, was de mate waarin de ondersteuning van het Samen wegwijs-programma ook sociaal en persoonlijk iets bracht voor mensen. Het waren soms mensen die zich wat meer hadden afgesloten, ook uit schaamte voor hun (financiële) situatie. Uiteindelijk zag je dat ze in het programma echt naar de bijeenkomsten uitkeken. Ze vonden het jammer dat het afgelopen was.” 

Wat leek op een bijvangst, bleek misschien wel het mooiste resultaat. Het zelfvertrouwen van deelnemers groeide. Onderlinge sociale contacten ontstonden. Een groep ouders, die elkaar eerder niet kenden, ging na afloop van het programma samen naar de bibliotheek om mee te maken wat daar allemaal wordt aangeboden. “Dat vond ik toch heel mooi om terug te zien,” vertelt Lilian.  

De fases die nodig zijn voor digitale inclusie 

Lilian werkt met een model van vier fases van digitale inclusie: attitude en motivatie, materiële toegang, digitale vaardigheden en gebruik. Veel initiatieven richten zich op slechts één van die fases. Dat is op zichzelf waardevol, zegt ze, maar het mist iets belangrijks. “Een focus op enkel één van die fases is onvoldoende. Iemand kan in principe weten hoe iets moet, maar toch bang zijn dat ze het fout doen en daardoor durven ze het internet niet op te gaan.” 

De fases versterken én belemmeren elkaar. Je kunt vaardigheden aanleren, maar als je thuis geen apparaat hebt, kun je niets oefenen. Je kunt een laptop hebben, maar als je er bang voor bent om iets kapot te maken, gebruik je hem nauwelijks. “Juist daarom is het zo belangrijk om die verbinding tussen initiatieven op te zoeken. Je hebt elkaar allemaal nodig.” 

Een eigen laptop maakt het verschil 

In Samen wegwijs kregen deelnemers niet alleen begeleiding. Ze kregen ook een laptop van de gemeente die ze mochten houden. Dat bleek nog waardevoller dan verwacht. Veel ouders leenden voorheen de laptop van hun kinderen of gingen naar de buren. “De angst om misschien dingen verkeerd aan te klikken, dat anderen dat allemaal kunnen zien, dat was een enorme drempel.” Het hebben van een eigen apparaat gaf rust, zelfstandigheid en een gevoel van waarde. 

Een vader zei het na afloop als volgt: hij zou het zo zonde vinden als het programma niet meer door kon gaan doordat er geen apparaat beschikbaar was. Want het programma zelf — het samen leren, de ervaringen uitwisselen — daar haalde hij enorm veel uit. “Beide versterken elkaar”, zegt Lilian. “Maar de aandacht voor de mens is onmisbaar.” 

Borging is de grootste valkuil 

Organisaties die aan de slag willen met digitale inclusie, merken vaak de borging als grootste valkuil. Het thema wordt niet goed belegd. “Digitale inclusie raakt zoveel verschillende thema’s, dat het niet in één hokje past. En daardoor blijft het soms liggen of wordt het niet volledig aangepakt.” 

Lilian ziet dat als één van de grootste valkuilen: zonder iemand die eigenaarschap voelt, krijgt het thema onvoldoende urgentie. “Maak er iemand verantwoordelijk voor. Zorg voor borging. Dat klinkt simpel, maar het is precies wat er in de praktijk het vaakst ontbreekt.” 

Digitaal en sociaal zijn verbonden 

Digitale uitsluiting is geen geïsoleerd probleem. Het raakt hoe mensen zich voelen, hoe ze meedoen, hoe ze in de samenleving staan. “Het gaat niet alleen om dat formulier dat je niet kunt invullen”, zegt Lilian. “Daarachter zit een gevoel van schaamte, van isolement, van het idee dat je er niet bij hoort. Waar digitalisering voor sommigen uitkomst kan bieden, zet het anderen juist aan de zijlijn.” 

Ze haalt een voorbeeld aan van een moeder die haar kinderen graag wilde helpen met een PowerPoint voor school, maar de vaardigheden daarvoor miste. “Dat soort verhalen zijn me bijgebleven. Het is niet vanzelfsprekend voor mensen om mee te kunnen doen in de digitale samenleving. En als je het niet kunt, werkt dat door in veel meer dan alleen het digitale aspect van de problematiek.” 

Haar boodschap aan iedereen die werkt aan digitale inclusie of nu apparaten doneert, begeleiding biedt of beleid maakt, is dan ook helder: “Erken dat er een heleboel mensen zijn die moeite hebben met de digitale wereld. Maak het bespreekbaar. En blijf oog houden voor wat er echt achter zit.”  

Lilian Boerkamp werkt momenteel als strategisch projectmedewerker bij de gemeente Hengelo. In deze rol houdt Lilian zich integraal met verschillende opdrachten bezig, waaronder een verkenning van digitale inclusie in Hengelo. Haar proefschrift ‘Shaping support, side by side‘ verscheen in januari 2026. Ze heeft dit onderzoek vanuit het Centrum voor Digitale Inclusie van de Universiteit Twente uitgevoerd. Het onderzoekstraject werd gefinancierd door ING Nederland Fonds. Het programma ‘Samen wegwijs op het internet’ wordt in Enschede in verschillende wijken voortgezet, waarbij de bibliotheek Enschede-Haaksbergen de regie en coördinatie van het project heeft overgenomen. Ook gemeente Enschede en Stichting Surplus zijn als partners betrokken.  

Scroll naar boven